Een moestuinplan is zelden vanaf de eerste keer perfect. Zeker niet nu er ineens ook hoofd-, voor-, en na-, tussen-, en combinatieteelten zijn waar je rekening mee wil houden. Maar neem je voor de eerste versie voldoende tijd, dan ben je al wel halfweg. Om jullie op gang te helpen vinden jullie hieronder een stappenplan en een tabel om wat meer inzicht te krijgen in voor-, en nateelten, want het is niet altijd even makkelijk om in te schatten hoelang groenten in je tuin staan. Het seizoen kan daar erg op inspelen.
De plek van de tuin
Voor de mensen die dit seizoen als eerste van start gaan en misschien wat vaste planten en bomen aanplanten is de plek een belangrijke factor. En daarbij is de zon het allerbelangrijkst. Wordt je moestuin overschaduwd door hoge struiken of bomen, dan is dit niet de ideale plek. Bomen en struiken ontnemen niet alleen het zonlicht, maar vullen ook met alle voeding en vocht gaan lopen.
Verdeel de tuin in bedden of vakken
De ideale breedte is ongeveer 120 cm om langs beiden kanten over bij te kunnen zonder op de bedden stappen. Maak de bedden bij voorkeur allemaal even groot, zodat je het plan zonder aanpassingen elk jaar kan doorschuiven. Lange bedden kan je opdelen in wat kortere, want meer bedden plannen makkelijker.
Ook al denk je alles ingepland te hebben duikt er wellicht halverwege het seizoen toch een extreme behoefte aan meer planten, kruiden of vaste planten.
Voorzie daarom de paadjes tussen de bedden van een breedte zodat er eventueel een kruiwagen tussen door kan.
Schrijf alle groente op die je wilt telen
Gebruik de onderstaande afbeelding ter inspiratie. Probeer je oogst zo goed mogelijk te spreiden over het jaar. Het is zonde om in de zomer met overschotten te zitten en in de winter niks eten te hebben. Probeer nog niet te veel in te zitten over de ruimte die alles zal innemen. Heel wat wintergroente kan je zaaien of planten als nateelt. Wil je vaste groenten, hou daar dan ook een bed voor vrij. Dit bed schuift niet mee door de moestuin en is vaak de ideale bestemming voor dat ene bed met andere afmetingen. Hou de groenten van dezelfde familie bij elkaar. Je zal van sommige families veel meer groente hebben dan van andere, dat is normaal.

Start het plannen
Verdeel de families zo goed mogelijk over het aantal bedden. Zet eerste de groepjes met groente van de kool-, look- en peulvruchtenfamilie uit zodat er zoveel mogelijk tijd tussen de opeenvolgende teelten zit en vul dan aan met de groenten uit andere families. Begin met de hoofdteelten en vul aan met de voorteelten. Laat de nateelten nog even voor wat ze zijn. Maak bijvoorbeeld een apart kolenbed voor kolen die al snel kan oogsten: bloemkool, raapjes en spitskool. Bij de koolfamilie maak je een bed met ui en knoflook en een andere voor de winterprei. Ook de peulen zijn prima uit elkaar te trekken in een duidelijk voorteeltbed (tuinen en peultjes) en een nateeltbed (struikbonen). Bekijk ook voor de andere families meerdere bedden nodig hebt en welke groepjes je kan vormen met kleinere families door ze bij elkaar in te delen volgens de periode op het bed. Je kan een (stuk) bed hebben voor de blaadjes van het voorjaar (spinazie en sla), eentje voor de typische zomerblaadjes, zoals zomerpostelein en basilicum en eentje voor de blaadjes van de herfst, zoals kopblaadjes en veldsla. Dit is altijd het meest zenuwslopende moment van je planning, het ene moment heb je 1 bed over, het andere kom je er 3 te kort. Je hoeft nog niet tin paniek te raken, straks schuift alles wat beter in elkaar.